De hoge lichtintensiteit in het voorjaar leidde tot hoge producties bij verschillende serreteelten zoals tomaat, komkommer, paprika en aubergine. Bij paprika en aubergine resulteerde dit in een moeilijke prijsvorming, terwijl er bij tomaat en komkommer sprake was van een eerder normale prijsvorming. In andere segmenten, met name bij vollegrondsgroenten, kwam de prijsvorming vooral in het najaar zwaar onder druk te staan door hogere volumes en een verminderde vraag, mede als gevolg van het zachte najaarsweer. Voor de witlooftelers was het een jaar om snel te vergeten, met een grote Europese beschikbaarheid die de prijzen vrijwel het hele seizoen onder druk zette. Ook voor de slasoorten was het een moeilijk jaar door overaanbod en lage prijzen.
Binnen het fruit tekenden zich eveneens uitgesproken verschillen af. Aardbeien kenden een stabiel en kwalitatief sterk seizoen. Het kersenseizoen was op zijn beurt, zeker wat volume betreft, aanzienlijk beter dan in 2024. De verschillende bessen in het assortiment kenden dan weer wisselende resultaten.
Bij appels en peren was er een duidelijk contrast tussen de beperktere oogst van 2024–2025, die nog in de eerste jaarhelft van 2025 werd verkocht, en de aanzienlijk grotere oogst richting het verkoopseizoen 2025–2026. Die grotere beschikbaarheid zorgde, ondanks een goede kwaliteit in het najaar, voor de nodige druk op de markt.
De biologische sector kende eveneens een uitdagend jaar. Net zoals bij de conventionele producten zorgden hogere producties door het goede weer en sterke oogsten in de omliggende landen voor overschotten en prijsdruk, terwijl het contractmatige karakter van bio de afzet van de extra volumes bemoeilijkte.